“De uien gaan met grote verschillen naar de eindstreep.”
Het uienseizoen loopt op z’n eind en de verschillen tussen regio’s zijn groot. Cees Allaart schetst een beeld van de situatie en werpt een korte blik vooruit op de markt en de oogst. “Wie de kwaliteit van z’n uien wil vasthouden, moet vooral z’n vakmanschap laten spreken.”
“Het is onmogelijk om de toestand van de Nederlandse zaaiuien in één dekkende zin te vatten”, stelt Cees Allaart. “Ik kom van alles tegen, van hele mooie percelen die nog frisgroen overeind staan tot hele slechte die grijs zien van de trips of de droogte.” De mooie percelen ziet de Syngenta adviseur vooral in de noordelijke helft van het land. “In het Oldambt en vooral in de Veenkolonien zag ik de afgelopen periode de mooiste percelen. Het is daar nu ook droog maar ze hebben wel meer neerslag gehad dan midden- en zuid Nederland. In het zuiden is ook de tripsdruk de laatste weken sterk opgelopen en de zwaarst getroffen percelen leggen daar nu snel het loodje. Sowieso zijn de uien daar een paar weken verder in hun ontwikkeling, en in veel gevallen dus door droogte en/of trips.”
Lagere opbrengsten in EU
De situatie op de percelen is dan moeilijk samen te vatten, over de opbrengstverwachting zijn de meeste betrokkenen het wel eens. “Die wordt beduidend lager dan het meerjarige gemiddelde”, aldus Allaart. “En dat geldt voor de hele EU. Vorige week hadden wij onze jaarlijkse bijeenkomst met alle Europese uiendeskundigen en -adviseurs van Syngenta en uit vrijwel alle landen kwam hetzelfde geluid: er komen dit jaar minder uien op de markt. Je ziet het in Nederland al aan de aflandprijzen. Die zijn inmiddels de 20 cent voorbij. De kans is groot dat een matige opbrengst straks geheel of gedeeltelijk wordt gecompenseerd door een mooie prijs.” De bijeenkomst waar Allaart over sprak vond dit jaar plaats in Duitsland en hij was positief verrast over de professionaliteit van de uienteelt. “De sector is daar met 14.000 ha. wel kleiner dan in Nederland maar zeker de grotere bedrijven werken er met de modernste technieken en halen in gewone jaren 60 ton uien van een bunder.”
Doorgaan met spuiten
Zoals gezegd loopt de teelt in Nederland naar z’n eind. Er hebben zich volgens Allaart sinds het vorige Syngenta teeltbericht geen bijzonderheden voorgedaan, uiteraard met uitzondering van de tripsproblemen in het zuiden. “Aan het front van de schimmels is het stil gebleven. Ik hoor niets over valse meeldauw en ook over de meeste andere uienschimmels heb ik geen alarmerende berichten gehoord. De enige uitzondering is de fusarium; daar krijg ik regelmatig meldingen over.” Het spuitseizoen loopt weliswaar op z’n eind maar Allaart maant telers om er wel mee doorgaan tot twee weken voor het rooien. Veel uien zijn inmiddels gestreken of zijn in ieder geval een eind op weg. “In het verleden zeiden we altijd dat je na het strijken niet meer moet beregenen”, vervolgt Allaart, “maar bij de huidige droogte en de zeer lage schimmeldruk ben ik toch iets minder strak in de leer. Een kleine gift van ca.15 mm is volgens mij wel verantwoord.”
Tips voor het rooien
In het zuiden zijn inmiddels de eerste zaaiuien gerooid en ook in Allaart’s woonomgeving, de Wieringermeerpolder, liggen al uien in het zwad. De adviseur heeft nog wel wat tips om de kwaliteit van de uien tot in de schuur vast te houden. “Als je een mooie kleur op de huid wilt, rooi de uien dan bij 50% afgestorven loof. Klap de uien op een hoogte van een vuist boven de laatste vertakking. Dan heb je een goede schoorsteen om het vocht krijt te raken. En zorg voor de juiste machine instellingen. Zorg dat de rooias diep genoeg loopt en matig de snelheid van de rooitrekker. Dan krijgt de ui geen al te harde klappen. Bij het laden en inschuren is het van belang om grote valhoogtes en haakse bochten zo veel mogelijk te vermijden. En voorkom stortkegels die straks de lucht blokkeren.” Over een veldperiode verschillen de meningen, weet Allaart. “Maar als het veilig weer is kun je ze een poosje in het zwad laten liggen. Wees wel alert op zonnebrand; dat risico wordt nogal eens onderschat. Ik zou niet laden bij felle zon want de warme plekken van de ui zijn gevoelig voor mechanische schade. Dat geldt zeker voor het deel van de ui dat onder de grond zat. De kans op zonnebrand is het grootst op donkere grondsoorten zoals in de Veenkolonien. Maar de allerbelangrijkste rooitip die ik heb geldt voor alle uientelers: rooi met beleid en laat je vakmanschap spreken.”
KADER 1: Korte bewaartips
Voor de hele vroege rooiers begint het bewaarseizoen al deze maand met het proces van drogen. “Wat mij betreft is dat geen haastklus”, zegt Allaart. ”Het mag best 2 tot 3 weken duren. Gewoon rustig drogen met lucht van 20 tot 22 graden. Dan snoert de hals niet te snel dicht en raakt de ui mooi geleidelijk z’n vocht kwijt. Dan heb je later ook geen last van watervellen. En ’s nachts een kachel erbij om te voorkomen dat je de uien te snel koelt. Zo leg je de basis voor een probleemloos bewaarseizoen en een partij met weinig tarra.”
KADER 2: Zaadbeschikbaarheid en nieuwe rassen
Met het extreme weer van de afgelopen periode is het ook weer spannend wat de zaadopbrengsten van de vermeerderingsvelden in Frankrijk zullen zijn. Allaart: “Wij hebben daar zelf geen invloed op maar we doen er bij Syngenta alles aan om helder te communiceren over de zaadbeschikbaarheid van onze rassen. Op dat gebied hebben wij een goede reputatie hoog te houden.”
Op het rassenfront zit Syngenta overigens niet stil. “Tijdens onze bijeenkomst in Duitsland heb ik ook de proefvelden met onze nieuwe rassen gezien”, vertelt Allaart. “Er zit veel nieuws in de pijplijn. Zowel bij rood als bij geel zijn er nieuwe rassen in aantocht, waarvan sommige met hele interessante resistenties. Het zijn nu nog rassen onder nummer maar vanaf seizoen 2028 zijn de eerste introducties te verwachten.”