Deskundige inzichten

“Groeizame periode in aantocht voor de uien, hou wel de aandacht erbij.”

1132x637_-_22-05

Na een relatief gunstig verlopen zaaiseizoen kregen de zaaiuien te kampen met een periode van lage temperaturen en weinig groei. Vanaf het Pinksterweekend breken betere tijden aan. Cees Allaart blikt kort terug en neemt voor de komende teeltperiode de belangrijkste aandachtspunten door.

“Het is best een redelijk gunstig zaaiseizoen geweest”, blikt Cees Allaart terug. “Wel verstreek er aardig wat tijd tussen de eerste zaaisels in het Zuiden en de laatste in het Noorden en Noordwesten; dan praat je toch al gauw over een maand. Maar alle uien zaten er in voor het eind van april.” De verschillen in zaaitijdstip vertalen zich logischerwijs ook in verschillen in groeistadium. Allaart: “De vroegste uien hebben al 3 pijpjes terwijl de laatst gezaaide percelen net zijn opgekomen. De opkomst is ook niet overal uniform, zie ik in de praktijk. Dat komt in de meeste gevallen door droogte. Er is ook wel beregend om de uien boven te krijgen. Maar we zien geen dramatisch slechte opkomstcijfers en door de neerslag van de laatste tijd trekt het nog wel een beetje bij, verwacht ik.”  Door de lage temperaturen is het de afgelopen weken voor de zaaiuien geen optimaal groeizaam weer geweest. En neerslag in de vorm van hagel heeft lokaal voor gewasschade gezorgd. “Op die percelen zijn de plantjes kwetsbaar”, stelt de Syngenta adviseur. “Je kunt daar niet zo veel aan doen en er komt gelukkig groeizaam weer aan. Dat is gunstig voor herstel. Maar hou die percelen wel goed in de gaten.”

Onkruid en inseceten vallen mee
De onkruidsituatie is volgens Allaart op de meeste percelen goed onder controle. “Kort na de zaai heb ik links en rechts wel wat vuile percelen gezien maar nu we een paar weken verder zijn heb ik toch de indruk dat de onkruidbestrijding redelijk gelukt is. De neerslag van de afgelopen tijd zal de werking van de bodemherbiciden hebben geholpen. En tegelijkertijd er zijn ook genoeg momenten geweest voor de LDS-bespuitingen. Ik heb zelf nog geen spotsprayer in de uien gezien. Wie nog op onkruid wil corrigeren heeft daar nu nog een paar weken de tijd voor.”
Ook over insecten hebben Allaart nog geen alarmerende berichten bereikt. “Ze zijn er wel maar ik heb niet de indruk dat de bonenvlieg en de uienvlieg voor grote schade zorgen. Voor de bonenvlieg is de piek sowieso alweer voorbij. De uienvlieg is nu wel actueel maar daar zet een flinke meerderheid van de telers met succes de steriele insecten techniek van de Groene Vlieg voor in. Effectief spuiten kun je toch niet tegen deze insecten omdat ze maar kort op de akker verblijven. En de larven bereiken met de spuitvloeistof is ook zeer lastig.” 
Nu nog niet actueel maar binnenkort misschien wel, is het optreden van trips. Allaart: “Tot nu was het daar te koud voor, maar met de verwachte hogere temperaturen kan dat snel veranderen. We weten allemaal hoe snel dit insect zich kan vermeerderen. Bij onze zuiderburen wordt al gespoten tegen trips. Laat dit voor de Nederlandse telers een attendering zijn om het gewas regelmatig te inspecteren.”

Regelmatige controle
Regelmatige gewasinspectie is ook het devies als het gaat om de valse meeldauw. “Daar is het voor het gemiddelde uienperceel nu nog te vroeg voor. Maar op de allervroegste percelen die nu 3 pijpjes hebben, zou ik binnenkort toch beginnen met regelmatige controle op de schimmel. Zeker als er risicofactoren als winteruien of plantuien in de buurt zijn”, adviseert Allaart.  “Je kunt er tegenwoordig van uitgaan dat de schimmel altijd wel ergens sluimert. Daarom hou ik ook vast aan het advies om met meeldauwbespuitingen te beginnen in het stadium van 4 pijpjes.” De laatste teelttip die de komende maand actueel kan worden op vroege percelen is de overbemesting. “Wanneer de gewassen weer aan de groei gaan, wordt de overbemesting relevant. Een eventueel benodigde stikstofgift kan de teler prima zelf inschatten. Ik hou het bij de tip om vooral de kali niet te vergeten. Voor een goede kwaliteit en hardheid van de ui is dat een onmisbaar element.”