Het klimaat tot nu toe en de reactie van het gewas
De cumulatieve lichtsom vanaf week 48 tot en met week 5 ligt, na een relatief lichtrijke maand december, 16% boven die van 2025 en 6% boven het meerjarig gemiddelde. De gemiddelde buitentemperaturen zijn tot en met week 5 duidelijk lager dan het gemiddelde van de laatste jaren.
Lichtsommen in West Nederland tot en met week 5
Gewasstand in het algemeen
Veruit de meeste teelten zijn gestart met een goede kwaliteit plantmateriaal. Bij een enkele teler zijn de planten onvoldoende beschermd geweest tegen de kou tijdens het transport. De schokken in planttemperatuur en verdamping, die hier het gevolg van zijn, kunnen een flinke groeivertraging geven bij de start van de teelt. Bij meerdere telers, met diverse segmenten, hebben we luchtwortels gezien die soms ook al inwortelden. Dit lijkt vooral veroorzaakt doordat de planten een overmaat aan (LED) licht gehad hebben tijdens de opkweek. Deze luchtwortels zijn nu veelal weggehaald.
Mede door de relatief hoge instraling in december en begin januari hebben we over het algemeen een vlotte start van de teelt. Het wat donkerder en koeler weer van de laatste weken geeft nu iets vertraging. Bij de snoeptomaten komt de zetting nu goed op gang met een aanmaak van ongeveer 25 tot 35 vruchten per m2 per week. We zien wat vollere gewassen daar waar de extra koppen al in één keer bijgehouden zijn. Deze extra dieven geven in de eerste 2 weken meer vegetatie en vochtproductie. Het risico van het (te) vroeg aanhouden van deze extra dieven is dat er straks extra terug gegaan moet worden in temperatuur als het licht tegenvalt. We zien dan ook vaak dat de zetting in deze omstandigheden wat moeilijker verloopt. Om de plantbelasting mee te laten groeien met de te verwachten instraling is zetting op de laatste extra dief in week 11 tot 12 optimaal (uitgaande van de lichtniveaus in België en Nederland).
Actuele situatie van onze rassen (onbelicht teelt)
Prodelle en Duelle
Bij behoorlijk wat vroegere plantingen heeft men eind januari al verdubbeld en staat men op eindafstand. We raden dan aan om zeker een blaadje uit de kop te nemen. Bij de vroegste plantingen van Prodelle en Duelle staan tros 2-3 nu in volle bloei. De eerste tros is veelal enkel, daarna zijn bijna alle trossen dubbel met zelfs drie-takkers. Deze “meertakkers” zien we iets vaker bij Prodelle dan bij Duelle. We adviseren deze trossen in te snoeien en/of maximaal twee takken over te houden. Zeker met het huidige, wat donkerder en koeler weertype zien we vrij veel bloemen openstaan; meer dan 3-4 bloemen open per tak geeft aan dat de zetting gaat vertragen. Controleer de bevlieging en zet zo nodig extra hommels in en stuur het gewas wat generatiever (meer dag/nacht verschil).
Bij de latere plantingen is het met het toenemende licht juist belangrijk om goed generatief en met een voldoende hoge etmaaltemperatuur te sturen. Door het ontbreken van voldoende plantbelasting kunnen deze rassen wat makkelijker vegetatief gaan weggroeien. Een voldoende generatieve sturing komt uiteindelijk de plantbalans, productie en vruchtkwaliteit ten goede.
Prodelle en Duelle blijven het hele jaar makkelijk splijttrossen geven. Snoeien zal voorlopig veelal niet nodig zijn. Zoals al eerder aangegeven zal er bij gewassen met veel drie- of viertakkers wél gesnoeid moeten worden om de plantbelasting niet te snel te laten oplopen. Als eindafstand adviseren we 4.5 – 4.7 koppen/m2
Bonelle en Sweetelle
Het plantmateriaal van de ToBRFV resistente Bonelle (TIAM24-5016) en Sweetelle was zeer goed. De gewassen staan nu over het algemeen goed in balans, met mooie, sterke trossen. Bij Bonelle valt verder de zeer vlotte trosaanmaak en zetting op. Op de eerste tros zien we zoals altijd iets minder dubbele trossen (veelal <40%), bij tros 2 is dit over het algemeen 50% of meer. Als er meer dan 3 tot 4 bloemen per tak bloeien moet er actie ondernomen worden (zie advies bij Prodelle en Duelle).
Bij tros 4 in bloei kan er gestart worden met het weghalen van de nabloei op tros 1. Wij adviseren tot minimaal tros 4-5 te punten (de nabloeiers weghalen). Sweetelle zal tot ongeveer tros 5-6 wat meer generatief gestuurd moeten worden, hierna kan er meer op kracht en groei gestuurd worden. Bonelle zal gemakkelijk wat krachtiger blijven groeien, met behoud van een goede bloemaanmaak en zetting,
Als eindafstand voor Sweetelle adviseren wij 4.4 koppen/m2 in een wat oudere kas, tot 4.7 - 5.0 koppen/m2 in een (zeer)nieuwe kas met diffuus glas en veel beschikbare CO2.
Adorelle
Adorelle staat nu redelijk goed in balans maar heeft daarvoor wel fors meer generatieve sturing nodig. De eerste tros gaf veelal twee takken, tros twee was meer enkel, daarna terug veelal meertakkers. Dit ras kenmerkt zich door zijn zeer sterke groeikracht. Ga, mede afhankelijk van de gewasstand, zeker niet te vroeg op de mat. Bij een te vegetatieve stand van het gewas kan er gewacht worden tot er zetting is op de derde tros. Let uiteraard ook op het beschikbare watervolume in het blok.
Voor dit ras adviseren wij voorlopig een flink dag/nacht verschil voor voldoende sterke trossen. Stuur bij een vegetatieve gewasstand gerust aan op een DIF van 8-10°C. Bij een assimilatenoverschot is het verlengen van de dag een goed middel om de plant generatief te sturen met behoud van een optimale teeltsnelheid. Houd het gewas voldoende open door voorlopig bij elke tros een blaadje mee uit de kop te nemen. Snoeien is bij Adorelle in principe niet nodig.
Als eindafstand zal 4.4 – 4.7 koppen voldoende zijn bij teeltgebieden met een zeeklimaat.
Onze andere kleuren snoeptomaten: Tatoo, Baldomero en Ivorelle
De Tatoo en Baldomero zijn qua planttype vergelijkbare rassen en staan nu iets open, met generatief sterke (split)trossen en vlotte zetting. Beide rassen komen makkelijk in balans. Bij deze rassen hoeft enkel in de start van de teelt overwogen te worden een blaadje uit de kop mee te nemen.
De drie-takkers kunnen op twee gezet worden. Als de plantbelasting gaat toenemen (vanaf ongeveer tros 5-6) zal de plantbelasting meer gereguleerd moeten worden door te snoeien. Ons nieuwe ras Ivorelle (TIAM24-5008) heeft mooie, lichtgele vruchten met een hoge Brix. Het gewastype van dit ras is eerder vegetatief te noemen. Het vereist dan ook jaarrond een voldoende generatieve sturing voor de beste kwaliteit en productiviteit. Neem gerust het hele jaar een blaadje mee uit de kop. Snoeien is in principe het gehele jaar niet nodig.
Bij deze drie rassen adviseren wij om (indien toegestaan) preventief zwavelverdampers te gebruiken om een meeldauwaantasting te onderdrukken. Als er als zwavel gespoten wordt tegen galmijt zal dit niet nodig zijn.
Romidoro en Romindo
Met onze nieuwe ToBRFV resistente pruimtomatenrassen Romidoro (TIAM23-4633) en Romanto (TIAM23-4621) hebben we een mooie aanvulling op ons assortiment.
Romidoro is een generatief sterk ras met een opvallend hoge trosaanmaak. In een onbelichte teelt kan dit ras met gemak zo’n 34 tot 36 trossen aanmaken. De eerste tros is meestal op 5 gesnoeid (bij de vroegere plantingen), daarna soms op 6. Romidoro maakt het hele jaar gemakkelijk bloemen aan die vlot zetten. Wij adviseren om de laatste één of twee bloemen weg te snoeien voor een zo uniform mogelijke vruchtgrootte en optimale productie. We raden daarnaast aan de trossen tot ongeveer 15 maart te beugelen of te schrappen. Als zomerafstand adviseren we hier 3.75 tot iets meer dan 4 koppen per m2, afhankelijk van het kastype en gewenste vruchtgewicht.
Romanto is een iets groeikrachtiger ras, met grovere vruchten. Dit ras is ook zeer geschikt voor tros-oogst. Neem bij Romanto voorlopig een blaadje mee uit de kop en stuur voldoende generatief. Ook bij dit ras raden we aan de laatste een of twee bloemen per tros weg te snoeien voor een zo uniform mogelijke vruchtgrootte en optimale productie. Romanto heeft een iets langere trossteel; we adviseren om iets langer dan gebruikelijk door te gaan met beugelen of schrappen voor een goede uitgroei van de vruchten. Voor Romanto adviseren we een iets lagere eindafstand: zo’n 3.5 tot max. 3.75 koppen per m2.
Beide rassen hebben in de start een wat hogere Kalibehoefte. Houd daarom het Kalicijfer goed in de gaten en pas tijdig naar boven aan. Later in de teelt (vanaf ongeveer begin - midden april, als de verdamping boven de ± 5 liter/m2/dag uitkomt) is het van belang aan te sturen op een hogere Calciumgift en de Kaligift iets terug te brengen. Wees daarnaast terughoudend met het gebruik van ammoniumnitraat om de pH te sturen. Hier komen we in de aankomende teeltinfo op verder terug.
Macrolophus lijkt zich makkelijk te ontwikkelen op beide rassen. Let er op dat de macrolophuspopulatie niet te hoog oploopt (niet boven de ong. 8-12 stuks per plant).
Adviezen omtrent klimaatsturing (temperaturen, raamstanden, vocht, buizen) voor de komende 6-8 weken
Hoe de toenemende instraling het best te gebruiken?
De instraling zal normaal gesproken de komende 6-8 weken sterk toenemen met voorlopig nog koele nachten waarmee we de gewenste etmalen kunnen realiseren. Optimaliseer voor het behoud van een goede plantbalans in bovenstaand geval als eerste het dagklimaat. Laat van de gewasstand afhangen hoe hoog de dagtemperatuur met veel instraling mag zijn, dit zal tussen de 23-27 °C variëren.
Te sterk gewas en assimilatenoverschot
We adviseren om bij een gewas met assimilatenoverschot de dagtemperatuur langer vast te houden en later naar de voornacht te gaan. Dit is een goede, en relatief goedkope, manier om het gewas in balans te krijgen en/of houden. Bij een gewas met energieoverschot is de plantbalans veel belangrijker dan het licht dat door het energiescherm tegengehouden wordt in de laatste uren van de dag. Wij raden dan ook aan om in dat geval de middagtemperatuur vast te houden door indien nodig het scherm vanaf ongeveer 3-4 uur voor zonsondergang te sluiten. Let hierbij ook op de te verwachten uitstraling. Bij een hoge uitstraling (bij helder weer) kan het scherm al bij ong. 250 W instraling langzaam dichtlopen. Een teveel aan vocht kan eventueel boven het scherm (heel voorzichtig) weggelucht worden.
Hoe om te gaan met te weinig licht
Indien de lichtsom juist ónvoldoende is voor de plantbelasting moet er zoveel mogelijk gestuurd worden op het (beperkt) beschikbare licht. Op donkere dagen is dan een korte dagpiek van 21-22 °C voldoende tussen 13 en 15 uur. Op deze manier wordt het gewas geactiveerd en de bloemkwaliteit en zetting gestimuleerd. Een hogere of langere dagpiek is dan ongewenst omdat dit de dissimilatie verhoogt.
Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nachttemperatuur gebruiken om naar het gewenste etmaal te sturen. Houd de etmalen de komende twee maanden tussen de 16°C (zeer donker weer, hoge plantbelasting) en 20°C met langdurig zonnig weer bij een onderbelaste plant. Hogere etmalen zijn onwenselijk omdat er dan te veel dissimilatie is; dit kost onnodig veel energie en uiteindelijk ook productie.
Als de dagtemperatuur gemakkelijk gerealiseerd wordt én het vocht laag is, mag de minimumbuis geleidelijk wegvallen tussen 200-500 W instraling. Anders wordt er onnodig veel vocht, energie en CO2 afgevoerd. Als het gewas eventueel nog te vegetatief staat kan er in deze situatie tóch voor gekozen worden er een minimumbuis in te houden voor extra activatie van het gewas. Probeer echter wel te voorkomen dat de luchtramen “opengestookt” worden door de minimumbuis (zeker onder een geopend scherm). Dat zal juist averechts werken.
Bij zwakke, gerekte trosstelen is een ochtenddip een goed middel om meer kracht op de tros te krijgen. Ga echter niet te laag in temperatuur (<14oC) omdat de plant dan teveel stilgezet wordt in ontwikkeling.
Gebruik van energieschermen / luchtvochtigheid
Algemeen:
Werk als de buitentemperaturen weer gaan stijgen hoofdzakelijk in de (na)nacht met een schermdoek en houd hierbij altijd het vocht in de gaten. Laat het VD niet langdurig onder de 1.5 g/m3 komen zodat het gewas gezond blijft.
Als de luchtvochtigheid in de kas te hoog blijft kan er gelucht worden boven het doek met als volgende stap een minimumbuis van 30-35 °C om het vocht af te voeren. Dit geldt uiteraard enkel als het niet te koud is buiten.
Wat zijn de aandachtspunten voor komende 6 tot 8 weken?
Plantbalans – extra dieven
De plant in balans krijgen én houden is belangrijk. Een goede verhouding tussen de plantbelasting en de beschikbare lichtsom is voor de komende maanden cruciaal. Het klinkt voor nu wellicht nog wat vroeg, maar de plant zal na eerste oogst hergroei gaan geven en het is belangrijk hier goed op te anticiperen of te reageren.
Zoals eerder gezegd kan het gewas nu nog wat makkelijk gevuld zijn, zeker als er vroeg naar de eindafstand gegaan wordt. Wij adviseren om dan blaadje(s) uit de koppen te halen om het gewas in balans te houden.
Als er over meer dan 3 trossen bloei is (bij de snoeptomaten) kan sowieso de bloei uit de onderste tros weggehaald worden, behalve bij de rassen waar anders aangegeven. Dit zal géén productie kosten en de oogstnormen verhogen.
Watergift strategie
Bij zetting op ongeveer tros 4-5 zal de plant normaal gesproken in balans (moeten) zijn. De vruchten gaan nu verder zwellen en het vochtgehalte in de steenwolmat kan geleidelijk terug omhooggebracht worden naar 70-80%. Streef vanaf dat moment naar een minimum EC van 4.5 – 6.0 mS in de mat. Als de plantbelasting verder op gaat lopen kan de druppel EC teruggebracht worden naar 3.0 – 3.5 mS. Bij de grovere vruchttypes mag dit iets lager zijn.
Probeer te druppelen tussen 2 uur na zon-op en 3-4 uur voor zon-onder om de gewenste intering te bereiken. Wees voorzichtig met een avond- of nachtbeurt bij lage kastemperaturen of lage VD’s. Een onnodige nachtbeurt kan het gewas dan snel te vegetatief maken.
Bemestingsschema
Bij onbelichte gewassen die met een generatief (laag) stikstofschema zijn gestart is het zaak vanaf ongeveer bloei tros 4-5 de stikstof weer op te gaan voeren naar minimaal 15 mmol in de gift. Dit is absoluut nodig om in het voorjaar voldoende vrucht- en gewasgroei te houden!
Let bij hoge instralingen en veel groei op de pH. Een te hoge pH (> 6.5) kan de opname van elementen bemoeilijken. Let daarentegen ook wel op met het gebruik van ammoniumnitraat in de watergift om de pH te reguleren. Te hoge waardes in de gift en/of mat kunnen de pH fors doen dalen rondom de wortels.
Ziekten en plagen
Bij gewassen waar een zwakke stam van Pepino ingebracht is hebben we wat tekening in het gewas gezien. Inmiddels is dit weer weggetrokken.
Over het algemeen is de plaag- en insectendruk nog erg laag in de kassen. Op wat enkele (belichte) teelten met galmijt na zijn er verder geen problemen.
De volgende teeltinfo is voorzien voor eind maart.