Het klimaat tot nu toe en de reactie van het gewas
De cumulatieve lichtsom vanaf week 48 tot en met week 5 ligt, na een zeer donkere eerste periode, 7% onder het meerjarig gemiddelde. We zien, net als vorige jaren, dat in het zuiden en oosten van Nederland de cijfers wat meer achterblijven.
De gemiddelde buitentemperaturen zijn tot en met week 5 ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de laatste jaren.
Lichtsommen in West Nederland tot en met week 5
Gewasstand in het algemeen
Mede door het zeer weinige licht in december en begin januari hebben we bij de start van de teelt behoorlijke verschillen gezien voor wat betreft het plantmateriaal. Sommige (voldoende belichte) partijen waren zeer mooi met planten met veel inhoud, terwijl andere partijen toch wat minder energiereserves leken te hebben. We hebben vroege plantingen gezien waar langere tijd etmalen van net boven de 15°C aangehouden zijn om niet verder te verzwakken.
Bij de snoeptomaten komt de zetting nu goed op gang met een aanmaak van 25 tot soms ruim 40 vruchten per m2 per week. We zien vollere gewassen daar waar de extra koppen al bijgehouden zijn. Deze extra dieven geven in de eerste 2 weken meer vegetatie en vochtproductie. Het risico van het (te) vroeg aanhouden van deze extra dieven is dat er extra terug gegaan moet worden in temperatuur als het licht tegenvalt. We zien dan ook vaak dat de zetting in deze omstandigheden wat moeilijker verloopt. Om de plantbelasting mee te laten groeien met de te verwachten instraling is zetting op de laatste extra dief in week 12 optimaal.
Actuele situatie van onze rassen (onbelicht teelt)
Prodelle en Duelle
Bij behoorlijk wat vroegere plantingen heeft men eind januari al verdubbeld en staat men op eindafstand, daardoor zien we al wat vollere (minder sterke) gewassen. Neem dan gerust een blaadje mee uit de kop. Bij de vroegste plantingen van Duelle en de ToBRFV resistente Prodelle (TIAM23-5003) staat nu tros 4-5 in bloei. De troskracht is over het algemeen prima maar zeker bij de vroege plantingen wat minder sterk dan vorig jaar. De eerste tros is meest enkel, daarna zijn bijna alle trossen dubbel met zelfs drie-takkers. Soms zien we veel bloemen in bloei, meer dan 3-4 bloemen open per tak geeft aan dat de zetting gaat vertragen. Controleer de bevlieging en zet zo nodig extra hommels in en stuur het gewas wat generatiever (meer dag/nacht verschil).
Bij de latere plantingen is het met het toenemende licht nu juist zaak om “op tempo” en goed generatief te sturen. Door het ontbreken van voldoende plantbelasting kunnen deze rassen wat makkelijker vegetatief gaan weggroeien. Een generatieve sturing komt uiteindelijk de plantbalans, productie en vruchtkwaliteit ten goede.
Prodelle en Duelle blijven het hele jaar makkelijk splijttrossen geven. Snoeien zal voorlopig meest niet nodig zijn. Bij telers met veel drie- of viertakkers moet er wél gesnoeid worden om de plantbelasting niet te snel te laten oplopen. Als eindafstand adviseren we 4.6 – 5.0 koppen/m2.
Adorelle
De ToBRFV resistente Adorelle staat nu redelijk goed in balans, maar heeft daarvoor wel fors meer generatieve sturing nodig. Ga, mede afhankelijk van de gewasstand, niet te vroeg op de mat. Bij een te vegetatieve stand van het gewas kan er gewacht worden tot er zetting is op de derde tros. Let uiteraard ook op het beschikbare watervolume in het blok.
Voor dit ras, met een vergelijkbaar planttype als Angelle, adviseren wij voorlopig een flink dag/nacht verschil voor voldoende sterke trossen. Stuur bij een vegetatieve gewasstand gerust aan op een DIF van 8-10°C. Bij een assimilatenoverschot is het verlengen van de dag een goed middel om de plant generatief te sturen met behoud van een optimale teeltsnelheid. Houd het gewas voldoende open door voorlopig bij elke tros een blaadje mee uit de kop te nemen.
Als eindafstand zal 4.4 – 4.7 koppen voldoende zijn bij teeltgebieden met een zeeklimaat. Snoeien is bij Adorelle in principe niet nodig.
Sweetelle
Het plantmateriaal van Sweetelle was zeer goed. De gewassen staan nu iets open maar over het algemeen goed in balans, met mooie sterke trossen en een goede zetting. Op de eerste tros zien we beperkt dubbele trossen (meest <30%), bij tros 2 is dit over het algemeen 50% of meer. Soms zien we wat meer bloemen open staan. Bij meer dan 3-4 bloemen per tak open zal er generatiever (meer dag/nacht verschil) gestuurd moeten worden. Houd ook altijd de bevlieging in de gaten en zet tijdig extra hommels in. Bij tros 4 in bloei kan er gestart worden met het weghalen van de nabloei op tros 1. Wij adviseren tot minimaal tros 4-5 te punten (de nabloeiers weghalen). Sweetelle zal tot ongeveer tros 5-6 wat meer generatief gestuurd moeten worden, hierna kan er meer op kracht en groei gestuurd worden.
Als eindafstand voor Sweetelle adviseren wij 4.4 koppen/m2 in een wat oudere kas, tot 5.0 koppen/m2 in een (zeer)nieuwe kas met diffuus glas en veel beschikbare CO2.
Oranje snoeptomaten: Tatoo, Baldomero en Bamano
Van deze drie, qua planttype vergelijkbare, rassen staan de gewassen iets open maar generatief sterk met veel splittrossen en vlotte zetting. Bamano en de ToBRFV resistente Tatoo en Baldomero komen makkelijk in balans. Bij deze rassen hoeft enkel in de start van de teelt overwogen te worden een blaadje uit de kop mee te nemen.
De drie-takkers kunnen op twee gezet worden. Als de plantbelasting gaat toenemen (vanaf ongeveer tros 5-6) zal de plantbelasting meer gereguleerd moeten worden door te snoeien.
Bij deze rassen adviseren wij om (indien toegestaan) preventief zwavelverdampers te gebruiken om een meeldauwaantasting te onderdrukken. Als er als zwavel gespoten wordt tegen galmijt zal dit niet nodig zijn.
Climundo
Ons ToBRFV resistente trostomaten ras “Climundo” heeft een gemiddeld gevuld gewastype en zeer veel uithoudingsvermogen. De trossen geven een zeer stabiel aantal bloemen gedurende het hele seizoen (8-11), met een vlotte zetting. Dit maakt het ras ook uitermate geschikt voor de losse oogst.
Voor de komende periode is het van belang om bij teelten met een beperkte plantbelasting voldoende generatief te sturen om een optimale zetting te waarborgen. Bij een assimilatenoverschot is een voldoende hoge middagtemperatuur tezamen met het verlengen van de dag een goed middel om de plant generatief te sturen met behoud van een optimale teeltsnelheid. Houd indien nodig het gewas voldoende open door een blaadje mee uit de kop te nemen bij de tros. Indien er als tros geoogst wordt adviseren wij vanaf ongeveer 1 maart op 6 vruchten per tros te snoeien.
Climundo is een ras met een hogere kalibehoefte. Houd daarom het kalicijfer goed in de gaten en pas tijdig aan. Climundo is zeer sterk tegen neusrot; een aanpassing (verhoging) van de kaligift is dus niet direct een gevaar voor de gevoeligheid voor neusrot.
Macrolophus lijkt zich makkelijk te ontwikkelen op Climundo. Let er op dat de macrolophuspopulatie niet te hoog oploopt (boven de ong. 8-12 stuks per plant).
Adviezen omtrent klimaatsturing (temperaturen, raamstanden, vocht, buizen) voor de komende 6-8 weken
Hoe de toenemende instraling het best te gebruiken?
De instraling zal normaal gesproken de komende 6-8 weken sterk toenemen met voorlopig nog koele nachten waarmee we de gewenste etmalen kunnen realiseren. Optimaliseer voor het behoud van een goede plantbalans in bovenstaand geval als eerste het dagklimaat. Laat van de gewasstand afhangen hoe hoog de dagtemperatuur met veel instraling mag zijn, dit zal tussen de 23-27 °C variëren.
Te sterk gewas en assimilatenoverschot
We adviseren om bij een gewas met assimilatenoverschot de dagtemperatuur langer vast te houden en later naar de voornacht te gaan. Dit is een goede en relatief goedkope manier om het gewas in balans te krijgen en/of houden. Bij een gewas met energieoverschot is de plantbalans veel belangrijker dan het licht dat door het energiescherm tegengehouden wordt in de laatste uren van de dag. Om de middagtemperatuur vast te houden bij een krachtig gewas met energieoverschot kan het scherm vanaf ongeveer 3-4 uur voor zonsondergang gesloten worden. Let hierbij ook op de te verwachten uitstraling. Bij een hoge uitstraling (bij helder weer) kan het scherm al bij ong. 250 W instraling langzaam dichtlopen.
Hoe om te gaan met te weinig licht
Indien de lichtsom juist ónvoldoende is voor de plantbelasting moet er zoveel mogelijk gestuurd worden op het (beperkt)beschikbare licht. Op donkere dagen is dan een korte dagpiek van 21-22 °C voldoende tussen 13 en 15 uur. Op deze manier wordt het gewas geactiveerd en de bloemkwaliteit en zetting gestimuleerd. Een hogere- of langere dagpiek is dan ongewenst omdat dit de dissimilatie verhoogd.
Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nachttemperatuur gebruiken om naar het gewenste etmaal te sturen. Houdt de etmalen de komende twee maanden tussen de 16°C (donker weer, hoge plantbelasting) en 20°C met langdurig zonnig weer bij een onderbelaste plant. Hogere etmalen zijn onwenselijk omdat er dan te veel dissimilatie is, dit kost onnodig veel energie en uiteindelijk ook productie.
Als de dagtemperatuur gemakkelijk gerealiseerd wordt én het vocht laag is mag de minimumbuis geleidelijk wegvallen tussen 200-500 W instraling. Anders wordt er onnodig veel vocht, energie en CO2 afgevoerd. Als het gewas eventueel nog te vegetatief staat kan er in deze situatie tóch voor gekozen worden er een minimumbuis in te houden voor extra activatie van het gewas. Probeer echter wel te voorkomen dat de luchtramen “opengestookt” worden door de minimumbuis. Dat zal juist averechts werken.
Bij zwakke gerekte trosstelen is een ochtenddip een goed middel om meer kracht op de tros te krijgen. Ga echter niet te laag in temperatuur (<14oC) omdat de plant dan teveel stilgezet wordt in ontwikkeling.
Gebruik van energieschermen / luchtvochtigheid
Algemeen:
Werk als de buitentemperaturen weer gaan stijgen hoofdzakelijk in de (na)nacht met een schermdoek en houdt hierbij altijd het vocht in de gaten. Laat het VD niet langdurig onder de 1.5 g/m3 komen zodat het gewas gezond blijft.
Als de luchtvochtigheid in de kas te hoog blijft kan er gelucht worden boven het doek met als volgende stap een minimumbuis van 30-35 °C om het vocht af te voeren. Dit geldt uiteraard enkel als het niet te koud is buiten.
Wat zijn de aandachtspunten voor komende 6 tot 8 weken?
Plantbalans – extra dieven
De plant in balans krijgen én houden belangrijk. Het klinkt voor nu wellicht nog wat vroeg, maar de plant zal na eerste oogst hergroei gaan geven en het is belangrijk hier goed op te reageren.
Zoals eerder gezegd kan het gewas nu nog wat makkelijk gevuld zijn, zeker als er vroeg naar de eindafstand gegaan wordt. Wij adviseren om dan blaadje(s) uit de koppen te halen om het gewas in balans te houden.
Als er over meer dan 3 trossen bloei is (bij de snoeptomaten) kan sowieso de bloei uit de onderste tros weggehaald worden, behalve bij de rassen waar anders aangegeven. Dit zal géén productie kosten en de oogstnormen verhogen.
Watergift strategie
Bij zetting op ongeveer tros 4-5 zal de plant normaal gesproken in balans (moeten) zijn. De vruchten gaan nu verder zwellen en het vochtgehalte in de steenwolmat kan geleidelijk teruggebracht worden naar 70-80%. Streef vanaf dat moment naar een minimum EC van 4.5 – 6.0 mS in de mat. Als de plantbelasting verder op gaat lopen kan de druppel EC teruggebracht worden naar 3.0 – 3.5 mS. Bij de grovere vruchttypes mag dit iets lager zijn.
Probeer te druppelen tussen 2 uur na zon-op en 3-4 uur voor zon-onder om de gewenste intering te bereiken. Wees voorzichtig met een avond- of nachtbeurt bij lage kastemperaturen of lage VD’s. Een onnodige nachtbeurt kan het gewas dan snel te vegetatief maken.
Bemestingsschema
Bij onbelichte gewassen die met een generatief (laag) stikstof schema zijn gestart is het zaak vanaf ongeveer bloei tros 4-5 de stikstof op te gaan voeren naar minimaal 15 mmol in de gift om voldoende groeizaam te bemesten en in het voorjaar groei te houden.
Let bij hoge instralingen en veel groei op de pH. Een te hoge pH (> 6.5) kan de opname van elementen bemoeilijken.
Ziekten en plagen
Over het algemeen is er nog een lage plaag- en insectendruk in de kassen. Bij gewassen waar een zwakke stam van Pepino ingebracht is in de weken met erg weinig licht zagen we soms behoorlijk tekening in het gewas. Inmiddels is dit weer weggetrokken.
De volgende teeltinfo is voorzien voor eind maart.