Teeltinformatie - Tomaat - week 21 - 2025

Hoe was het klimaat tot nu toe en hoe hebben de planten hierop gereageerd?

Uitzonderlijk zonnig voorjaar en ideale teeltomstandigheden

We hebben een bijzonder lichtrijk voorjaar achter de rug. De cumulatieve lichtsom vanaf week 49 tot en met week 19 is zo’n 31000 J/CM2 meer dan in 2024 en ongeveer 22000 J/CM2 dan het meerjarig gemiddelde. Dit heeft uiteraard zijn weerslag in de producties tot nu toe: de producties zijn over alle segmenten hoger dan vorig jaar.

Met het huidige zonnige en relatieve warme weer van de laatste weken zien we de uitgroeiduur flink teruglopen, vaak al ruim onder de 40 dagen voor bv. Prodelle en Sweetelle. De producties zijn zeer fors met al meerdere weken producties ruim boven de 1 kg per m2

Lichtsommen in West Nederland, tot en met week 19

instraling_per_week_21
cumulatieve_lichtsom_week_21

Impact op de gewasstand  / plantbelasting
We zien bij bijna alle telers nog steeds een hoge plantbelasting, hoewel meestal al wel lager dan een paar weken terug. Wekelijkse aanmaken van meer dan 120 stuks per m2, met een plantbelasting van meer dan 700 stuks per m2 zijn geen uitzondering bij veel snoeptomatentelers. Dankzij het uitzonderlijk vele licht met daarbij goed beheersbare etmaaltemperaturen geven de hoge plantbelastingen vooralsnog geen energietekorten in het gewas. De bloemkwaliteit en zetting is overal goed. Bij de telers die wat makkelijker doorluchten zien we de bladlengte vlot teruglopen. 

Bij de snoeptomaten zien we vruchtgewichten tussen de 10,5 en 12,5 gram, soms lager bij telers die (te) vroeg naar de zomerafstand gegaan zijn. Voor een optimale teelt is het ’t beste om de plantafstand in meerdere stappen te verhogen, anticiperend op de toenemende lichtsom. 

Actuele situatie van onze rassen

Prodelle en Duelle

Plantbelasting, vruchtgewicht:
We zien bij Prodelle en Duelle gewassen die sterk generatief staan, met nu 80 tot meer dan 95% splijttrossen op de hoofdstengel. Zowel Prodelle alsook Duelle zullen gemakkelijk deze hoge percentages splijttrossen blijven geven, ook bij een iets minder krachtige plant. Dit is ook een van de redenen dat deze rassen wat makkelijker “doorschieten” in plantbelasting. We adviseren dan ook om eventuele 3- en 4 takkers weg te halen, zeker met de huidige toch al erg hoge plantbelastingen. Bij eenzelfde plantbelasting in stuks zal dit, door het hogere vruchtgewicht, meer energie van de plant vragen dan bij bijvoorbeeld Sweetelle. Probeer net als bij Sweetelle niet boven de 650 tot 700 vruchten per m2 te komen, snoei indien nodig. 

Blad uit de kop: zoals eerder aangegeven zie we bij telers die nu al wat makkelijker luchten de bladlengte flink teruglopen. Er hoeft dan (zeker) geen blaadje meer uit de kop genomen te worden.

Prodelle en Duelle 
Hebben van zichzelf een vlotte zetting; een hoge piek in de middag is minder nodig dan bij andere rassen. Daarnaast is het de komende maanden van belang te grote schokken in de verdamping te voorkomen, pas dus bijvoorbeeld ook op met het té plots afluchten van een eventuele voornacht. 

Verdamping en watergift: 
Prodelle en Duelle verdampen over het algemeen wat meer dan andere rassen, tot 10-15% aan toe ten opzichte van bijvoorbeeld Sweetelle en Adorelle. Houd bij schraal weer daarom goed de watergift in de gaten. Bij warm weer met (extra) veel verdamping adviseren wij het aanbieden van voldoende calcium. De K/Ca verhouding mag dan tijdelijk fors aangepast worden.

Adorelle
Adorelle heeft een planttype dat zeer goed overweg kan met veel licht en een schraal klimaat. We zien bij de huidige zeer hoge lichtsommen nog steeds zeer sterke gewassen met veel splijttrossen (tot 90% twee- en drietakkers). Wij adviseren om Adorelle de komende tijd nog maximaal generatief te sturen. Werk bij een minder generatief weertype met een goede piektemperatuur in de middag en een voldoende lage voornacht (12-13°C, indien mogelijk) om de troskracht en zetting te stimuleren. De etmaal mag gerust zo rond de 21°C zijn bij een lichtsom van 2000J/cm2. We zien nu dat de vruchtaanmaak net boven de 100 vruchten per m2 per week uitkomt, blijf hier ook op aansturen. Snoeien zal niet nodig zijn, Adorelle is een ras dat zichzelf niet overbelast. Blijf ook een kopblaadje meenemen, zeker als het gewas toch wat extra generatieve sturing nodig heeft.

Sweetelle
De gewassen staan over ‘t algemeen generatief sterk. Het percentage splijttrossen was midden april iets teruggelopen maar loopt nu weer op naar op 60-80%. We zien, net als voorgaande jaren, dat Sweetelle zichzelf vrij makkelijk corrigeert qua trosgrootte als de plantbelasting oploopt. Daardoor is ondanks de relatief hoge plantbelasting de plantbalans nog steeds goed. Voor de komende periode is het van belang voldoende gewasvolume te behouden. Wij adviseren om vanaf nu voorlopig geen kopblaadje meer mee te nemen uit de kop.

Blijf de komende periode op plantkracht sturen! We zien bij veel telers nu een vruchtaanmaak van ruim boven de 100 stuks per m2 per week. Wij adviseren in de komende 6-8 weken voor Sweetelle een maximale plantbelasting van 650 – 700 stuks per m2, ook deels afhankelijk van het gemiddelde vrucht gewicht. Een plantbelasting die daar langdurig boven blijft gaat ten koste van de groei en plantbalans. Trossnoei wordt meer en meer toegepast.  Wij adviseren bij tros 3-4 van boven de puntjes weg te snoeien. 

Streef zeker bij een eventueel minder actief buitenklimaat naar een voldoende hoge piektemperatuur van 24-26°C tussen ongeveer 2 en 4 uur ‘s middags. Houd de uitgroeiduur van de vruchten goed in de gaten; gebruik indien mogelijk de groeibuis om meer warmte bij de vruchten te brengen. Dit is ook een energie-efficiëntere manier van verwarmen. 

Tatoo, Baldomero en Bamano
Baldomero en Tatoo voldoen zeer goed, met een gewas- en vruchttype vergelijkbaar met Bamano.

Baldomero, Tatoo en Bamano geven ook bij een hoge plantbelasting zeer veel splijttrossen met een makkelijke zetting waardoor de plantbelasting makkelijk vlot oploopt. Daardoor kan het nodig zijn om de 3de en 4de tak in te snoeien, dit om de plantbelasting te sturen en de balans in het gewas te houden. 

Tot in ieder geval midden- juli is het bij deze rassen niet nodig een blaadje uit de kop halen. Het is belangrijk aan te sturen op voldoende bladvolume in de kas. Zie voor het stimuleren van de plantkracht het advies bij Sweetelle en Duelle.

Climundo
Ons ToBRFV resistente trostomaten ras Climundo heeft een gemiddeld gevuld gewastype en zeer veel uithoudingsvermogen. De trossen geven een zeer stabiel aantal bloemen gedurende het hele seizoen (8-11), met een vlotte zetting.  Dit maakt het ras ook uitermate geschikt voor de losse oogst. Bij een assimilatenoverschot is een voldoende hoge middagtemperatuur tezamen met het verlengen van de dag een goed middel om de plant generatief te sturen met behoud van een optimale teeltsnelheid. Houd indien nodig het gewas voldoende open door een blaadje mee uit de kop te nemen bij de tros. 

Climundo heeft een goede doorkleuring maar heeft daarvoor voldoende kalium nodig. Let hier dus goed op bij de watergift, maar zorg ook voor een actief klimaat waardoor kalium makkelijker opgenomen wordt. Climundo is zeer sterk tegen neusrot; een aanpassing (verhoging) van de kaligift is dus niet direct een gevaar voor de gevoeligheid voor neusrot.

Macrolophus lijkt zich makkelijk te ontwikkelen op Climundo. Let er op dat de macrolophuspopulatie niet te hoog oploopt (boven de ong. 8-12 stuks per plant).

Adviezen omtrent klimaatsturing (temperaturen, raamstanden, vocht, buizen, etc.)

Opwarmen naar de dagtemperatuur
We zien dat er soms té weinig energie gebruikt wordt om de gewassen op te warmen naar de dagtemperatuur met als gevolg risico’s van bijvoorbeeld het natslaan van gewassen bij (te) lage nachttemperturen. Voldoende opwarmen naar de dagtemperatuur is de best bestede energie in deze tijd van het jaar! De minimumbuis mag bij oplopende instraling mét een voldoende actief klimaat teruggerekend worden, boven de 350 W kan deze dan wegvallen.

Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nachttemperatuur invullen om naar het gewenste etmaal te sturen. Probeer bij een lage lichtsom de etmaaltemperatuur zo laag mogelijk te houden.

Luchten
Bij lagere buitentemperaturen kan de ventilatietemperatuur beter kort op de stooklijn staan met een vrij hoge P-band, zodat er snel maar niet te veel wordt gelucht. Bij (verwachte)hogere buitentemperaturen kan de P-band juist weer wat lager ingesteld worden zodat er juist wat vlotter doorgelucht wordt.

Met zonnig weer zien we graag een RV van tussen 70-80% om groei te houden. Als de RV onder de 70% komt kan de windzijde teruggebracht worden tot maximaal 10-20%. Vanaf 3 tot 4 uur voor zon op kan het overwogen worden de raamstanden verder te begrenzen om een groeizamer klimaat te creëren. Let er wel op dat voorgaande sturing enkel geadviseerd wordt mits de kastemperatuur en gewasstand het toelaten.

CO2 

We zien de laatste jaren de CO2-gift wat teruglopen door minder WKK gebruik en/of te hoge kosten voor andere CO2 bronnen. Dit zal over het algemeen wat (zwak)vegetatievere gewassen als gevolg hebben. Probeer in ieder geval een minimale hoeveelheid CO2 in de kas te brengen, bijvoorbeeld door te sturen op minimaal de buitenwaarde in de kas. 

Adviezen en aandachtspunten voor de komende 6-8 weken

LAI en groeikracht
Voor de meeste rassen is het van belang om op een groeizaam en krachtig gewas te sturen, hierdoor houden we voldoende LAI en snelheid in de ontwikkeling.

Groeizame gewassen kunnen beter omgaan met stressmomenten. Voor de meeste rassen geldt dus: teel altijd wat op ‘overschot’ zodat er voldoende kracht beschikbaar is om een donkere periode op te vangen en voldoende bladstrekking te blijven behouden.

Watergiftstrategie
De wortelkwaliteit is tot nu toe goed. Een eventueel wisselvalliger weertype maakt het wel lastiger om de wortels in een goede conditie te houden.

Streef naar een volume-percentage intering in de van mat 8-12% om groei én wortelkwaliteit te behouden. Bij donkerder weer zal er naar 12% of meer intering gestuurd kunnen worden.

Probeer te druppelen tussen 2 uur na zon op en 3-4 uur voor zon onder om de gewenste intering te bereiken. Aanvullende nachtbeurt(en)kan (kunnen) noodzakelijk zijn als de verdamping onverwacht hoog is. De eerste drain kan, afhankelijk van het weertype, ongeveer 3.5-4.5 uur na zon-op gerealiseerd worden.

Bemestingsschema 
De stikstof (nitraat) gift mag niet meer beperkt worden in deze tijd van het jaar zodat de plant genoeg groei kan houden. 

Houd er rekening mee dat bij een hoge pH de beschikbaarheid van calcium en fosfaat voor de plant flink afneemt, waardoor de gevoeligheid voor neusrot toeneemt.

Streef naar een EC van 4 - 4.5 mS in de mat om voldoende groei te behouden. Er kan met een EC van 3.0 – 3.5 mS ingedruppeld worden, met een hoge instraling kan er teruggegaan worden naar 2.7-2.8 mS. Een te lage druppel EC zal de smaak negatief gaan beïnvloeden. Let op dat er bij weertypes met weinig verdamping en watergift voldoende voeding aangeboden wordt om bleke koppen en “weke” gewassen te voorkomen.

Ziekten en plagen
Het gebruik van inoculatie met een zwakke stam van Pepino lijkt iets terug te lopen. We zien wellicht als gevolg hiervan in- en buiten Nederland wat meer problemen met “spontane” Pepino besmettingen.

Over het algemeen zijn er (nog) geen grote problemen met insectenaantastingen gesignaleerd, op een enkel bedrijf na waar al nesidiocorus gevonden is. Dit zijn meest bedrijven met een belichte- en onbelichte teelt naast elkaar.

We zien iets minder galmijt dan andere jaren. Het goed scouten en preventief zwavel spuiten heeft bij veel telers duidelijk geholpen. Zwavel spuiten (bij de bovenste meter) tegen galmijt is minder schadelijk voor de jonge Macrolophus populatie. 

Algemene tips voor de komende periode
De maximale instraling was al hoog en gaat nog flink toenemen de komende tijd. Overweeg een coating in gebieden met een hogere instraling en/of schraal klimaat (meer van toepassing buiten België en Nederland)

De volgende gewasupdate verschijnt begin juli