Teeltinformatie - Tomaat - week 14 - 2025

Hoe was het klimaat tot nu toe en hoe hebben de planten hierop gereageerd?

Na een donkere start van het jaar ervaren we op dit moment een periode met een enorm hoge instraling. Als gevolg hiervan hebben we een duidelijke hogere cumulatieve lichtsom ten opzichte van vorig jaar én het langjarig gemiddelde. Cumulatief (tot met eind maart) liggen we ongeveer 31% voor op 2024 en 19% voor op het meerjarig gemiddelde! Verder hebben we de laatste weken een zeer generatief weertype met lage nachttemperaturen, relatief hoge dagtemperaturen en een (zeer) lage luchtvochtigheid buiten.

Lichtsommen in West Nederland, tot en met week 13

instraling_per_week-14

cumulatieve_lichtsom-14

Impact op gewasstand / plantbelasting
Over het algemeen zien we sterke gewassen die vanwege de hoge lichtsommen in balans gehouden worden met vrij hoge etmaaltemperaturen.  Week-etmalen van tegen de 20°C zijn geen uitzondering. Bij de snoeptomaten zien we nu zettingscijfers van ruim 120 vruchten per m2 per week bij telers die al op eindafstand vruchten aanmaken. De plantbelasting is daardoor al bijna genaderd tot het maximaal toelaatbare, soms al boven de 650 stuks per m2. Dit is echt al een zéér hoge plantbelasting voor begin april. Deze hoge plantbelastingen komen uiteraard door de hoge bloeisnelheid: laat je hierdoor niet verrassen en zorg voor voldoende hommels om de bestuiving optimaal te laten verlopen. De meeste telers met snoeptomaten zijn inmiddels aan het oogsten met vruchtgewichten van net iets onder de 11 tot iets boven de 13 gram, afhankelijk van het ras. De kwaliteit is zonder meer goed. Het is opvallend dat we nu al uitgroeiduren van 42-45 dagen zien, zeer snel voor begin april. Bij de latere plantingen zie we gewassen die duidelijk onderbelast zijn in verhouding tot het beschikbare licht. Bij gewassen die onvoldoende generatief gestuurd worden zien we wat te veel bloemen open staan (meer dan 3 bloemen).                                                                                                                                                    

Wat is de actuele situatie van onze rassen?

Prodelle en Duelle 
We zien bij Prodelle en Duelle gewassen die sterk generatief staan, met nu 80 tot meer dan 95% splijttrossen op de hoofdstengel. Zowel Prodelle als ook Duelle zullen ook gemakkelijk deze hoge percentages splijttrossen blijven geven, ook bij een iets minder krachtige plant. Dit is ook een van de redenen dat deze rassen wat makkelijker “doorschieten” in plantbelasting. We adviseren dan ook om eventuele 3- en 4-takkers weg te halen, zeker met de huidige, toch al erg hoge, plantbelastingen. Prodelle en Duelle zetten normaal gesproken zeer vlot, het zal tot de zomer over het algemeen niet nodig zijn om nabloei weg te halen. Houd vanaf nu wel de balans tussen vegetatieve en generatieve groei goed in de gaten. Prodelle en Duelle zullen zelfs bij een gelijk aantal stuks per m2 tóch meer plantbelasting hebben dan bijvoorbeeld Sweetelle omdat het vruchtgewicht hoger is. Als zichtbaar wordt dat het bladvolume (bladlengte) sterk terugloopt kan er gestopt worden met een blaadje uit de kop te nemen. Geef bij warm weer met veel verdamping voldoende calcium mee in het druppelwater en voorkom te grote schokken in de verdamping van het gewas. Zeker met de huidige lage luchtvochtigheden buiten kan ook het plots afluchten van de voornacht een (te) grote schok in de verdamping geven.

Adorelle 
We kennen de ToBRFV resistente Adorelle als een ras dat door het toenemende licht gemakkelijk (nog)wat meer gewas gaat geven. Op dit moment zien we ook best wat extra diefgroei; ook een teken van sterke groei. Houd de balans in het gewas door bij elke tros een blaadje uit de kop te blijven meenemen. Ook onderin het gewas en “in de buik” kan er eventueel een extra blad weg. Bij een te sterk vegetatief gewas kan het (flink) verlengen van de dag een goed stuurmiddel zijn om het gewas generatiever te sturen. Houd hierbij wel het vochtdeficiet in de gaten. Hier kan een korte maar voldoende lage voornacht (ong. 12-13°C) op volgen, welke essentieel is voor dit ras. Op dit moment zien we een hoog percentage splijttrossen (60 -75%), die trossen zijn af en toe iets korter. Bij vroege zaaiingen is bij tros 1-3 de nabloei weggehaald.

Belangrijk: trossnoei is verder absoluut af te raden, Adorelle zal zich nooit overbelasten.

Sweetelle 
Ook de Sweetelle staat over het algemeen sterk generatief. We zien dat het percentage splijttrossen varieert van 60 tot 80%, afhankelijk van de kracht van het gewas. De vruchtgewichten zijn meest zo’n 12-13 gram, bij sommige telers met een vroege planting was dit in de start lager. Tot nu toe (eind maart) wordt bij bijna alle telers wekelijks de nabloei op de vierde tros onder de bloeiende weggehaald. Nabloei weghalen zal overigens geen productie kosten en bespaart per saldo op arbeidskosten. Vanaf ongeveer week 14-15 kan er gestopt worden met het meenemen van een kopblaadje, afhankelijk van de gewasstand. 

Baldomero, Tatoo en Bamano 
Tatoo en Baldomero zijn onze nieuwe ToBRFV resistente oranje snoeptomaten. Vorig jaar is hier al uitgebreid ervaring mee opgedaan in commerciële teelten. Deze rassen geven, net als Bamano, veel splijttrossen. Ook hier adviseren wij de 3- en 4-takkers te snoeien om de plantbelasting te reguleren. Deze rassen zetten zeer vlot en hebben de neiging zich wat te overbelasten. Probeer de komende periode niet te ver boven de 650-700 vruchten per m2 te sturen.

Ga vanaf nu ook wat meer op vegetatieve groei sturen, een blaadje uit de kop meenemen zal vanaf ongeveer begin-midden april niet meer nodig zijn. Te grote DIF’s zijn zeker bij het huidige mooie weer met veel in- en uitstraling niet meer nodig. 

Bij deze rassen adviseren wij om (indien toegestaan) preventief zwavelverdampers te gebruiken om een meeldauwaantasting te onderdrukken. Als er als zwavel gespoten wordt tegen galmijt zal dit niet nodig zijn.

Climundo
Ons ToBRFV resistente trostomaten ras Climundo heeft een gemiddeld gevuld gewastype en zeer veel uithoudingsvermogen. De trossen geven een zeer stabiel aantal bloemen gedurende het hele seizoen (8-11), met een vlotte zetting.  Dit maakt het ras ook uitermate geschikt voor de losse oogst.

Voor de komende periode is het van belang om bij teelten met een beperkte plantbelasting voldoende generatief te sturen om een optimale zetting te waarborgen. Bij een assimilatenoverschot is een voldoende hoge middagtemperatuur tezamen met het verlengen van de dag een goed middel om de plant generatief te sturen met behoud van een optimale teeltsnelheid. 

Houd indien nodig het gewas voldoende open door een blaadje mee uit de kop te nemen bij de tros. Indien er als tros geoogst wordt adviseren wij om vanaf nu op 6 vruchten per tros te snoeien. Climundo heeft een goede doorkleuring maar heeft daarvoor voldoende kalium nodig. Let hier dus goed op bij de watergift, maar zorg ook voor een actief klimaat waardoor kalium makkelijker opgenomen wordt. Climundo is zeer sterk tegen neusrot; een aanpassing (verhoging) van de kaligift is dus niet direct een gevaar voor de gevoeligheid voor neusrot. Macrolophus lijkt zich makkelijk te ontwikkelen op Climundo. Let er op dat de macrolophuspopulatie niet te hoog oploopt (boven de ong. 8-12 stuks per plant).

Adviezen omtrent klimaatsturing en watergift voor de komende 6-8 weken 

Hergroei en balans houden
Na de eerste oogst volgt meestal vlot hergroei. Voor een goede balans in het gewas is het belangrijk om actief “met het licht mee te sturen”. Bij dagen met een hoge instraling moet de etmaaltemperatuur dus voldoende hoog gehouden worden. Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nachttemperatuur invullen om naar het gewenste etmaal te sturen. Houd etmalen de komende maanden tussen de 17 °C (600J, donker weer) en 20-21 °C met zonnig weer (2000J en meer). Bij meerdere dagen onvoldoende licht kan er zelfs naar onder de 17oC etmaaltemperatuur gestuurd worden.

Let er met koel en zonnig weer (zoals het huidige weer dus) op om tijdig op temperatuur te zijn in de ochtend. Wel op tijd een luchtje erin (eventueel aan weerszijden), pas echter op met te snel doorluchten. Laat in de middag de kastemperatuur niet te hoog oplopen bij gewassen die in balans staan (max 25-26 °C). Als in de namiddag de instraling iets terugloopt kan de temperatuur vastgehouden worden. 

Bij gewassen die nog onvoldoende generatief staan kan een voornacht nog een goed stuurmiddel zijn, dit geeft bij snoeptomaten de nodige splijttrossen en zorgt voor een hoger vruchtgewicht. Het afluchten naar de voornacht zorgt voor extra ontvochtiging, let hiermee wel op bij een lage luchtvochtigheid buiten. In het geval van (te) sterke groei bij bijvoorbeeld een onderbelast gewas is het aan te raden om de dagtemperatuur te verlengen tot bijvoorbeeld zon-onder of zelfs erná.

Schermgebruik, vocht en minimumbuis
Momenteel produceren de gewassen al teveel vocht om het doek nog te sluiten overdag. Werk eventueel alleen in de (zeer late) namiddag en nacht met een schermdoek en houd hierbij altijd het vocht in de gaten. Laat het vocht deficit niet onder de 1.0 g komen zodat we het gewas gezond houden. Er kan eventueel met een vochtkier gewerkt worden. Als het vochtiger wordt kan er gelucht worden boven het doek en als volgende stap een min. buis van 30-35 °C gaan instellen om het vocht af te voeren. Wees verder kritisch op het gebruik van de minimumbuis als er al voldoende activiteit is.

Wat zijn de aandachtspunten voor komende 6 tot 8 weken?

Plantbelasting en plantbalans
Zoals eerder al aangegeven zijn de plantbelastingen erg snel opgelopen in de afgelopen weken. De uitgroeiduur zal met koeler weer niet direct zakken waardoor de plantbelastingen dermate hoog kunnen worden dat de plant te zwaar belast kan raken. Let er bij snoeptomaten op dat de totale plantbelasting niet te hoog oploopt (> 650-700/m2)! Houd waar nodig snelheid en groei in het gewas en ga eventueel extra punten, bijvoorbeeld nabloei weghalen tot aan de derde tros onder de bloeiende tros. 

Let op een goede plantbalans bij vooral Sweetelle, Prodelle, Duelle, Baldomero, Tatoo en Bamano. Er kan over het algemeen binnenkort gestopt worden met een kopblaadje weghalen en er kan iets meer op groei gestuurd worden. Bij deze rassen is een hoge DIF niet meer nodig bij mooi meer, dit verhoogt enkel de plantbelasting.  

Watergift strategie
Streef naar een mat EC van ongeveer 4- 4.5 mS, bij een drainpercentage van 25-30%. Let op dat er voldoende voeding aanboden wordt bij weinig verdamping: de druppel EC zal met wat kouder weer met hoge instraling niet te ver weg mogen zakken, tussen de 3.0 en 3.2. Met warmer weer kan er wel wat lager ingedruppeld worden, maar bij voorkeur niet onder de 2.8 mS. Dit komt de smaak niet ten goede. Start en stoptijden: Zorg dat er pas gestart wordt met water geven als de plant voldoende aan het verdampen is, zo’n 1.5 tot 2 uur na zonsopkomst of bij 70J/cm2 Er kan ongeveer 2.5 – 3 uur voor zonsondergang gestopt worden met water geven. Als de planten na de laatste druppelbeurt nog te veel verdampen (> ~7% intering voor 22.00 uur) kan er nog met (een) nachtbeurt(en) gewerkt worden. 

Wij adviseren een minimaal interingspercentage van 10-12% gedurende de nacht.

Bemesting
Door de huidige hoge, en nog steeds toenemende plantbelastingen, zal de kaliumbehoefte hoog zijn. Zorg dat deze goed op peil blijven voor een goede doorkleuring. Let er vooral bij Duelle op dat de calciumcijfers wel in een goede verhouding blijven tot de kaliumcijfers. Zorg verder voor een juiste balans van de nutriënten; voor nu dus niet meer “spelen” met de stikstofgift. Bied voldoende aan om genoeg groei te houden. 

Ziekten en plagen
Over het algemeen zijn er (nog) geen grote problemen gesignaleerd, op een enkel bedrijf na waar al nesidiocorus gevonden is. Dit zijn meest bedrijven met een belichte- en onbelichte teelt naast elkaar. Op veel bedrijven wordt geanticipeerd op een Tuta aantasting met feromoon verwarring. Verder is het altijd van belang goed te scouten door bijv. de vangplaten goed in de gaten te houden! De druk van witte vlieg zal toenemen, anticipeer snel door extra sluipwespen uit te zetten en eventueel extra vanglinten in de koppen te hangen.

Macrolophusrijen sla je ‘t best over met bladsnijden, zodat de populatie verder kan ontwikkelen.

De volgende gewasinfo verschijnt eind mei.